Goesting
Stefan Hertmans
s., dal fiammingo
Festivaletteratura voglia, desiderio

Indien er één woord is dat de culturele identiteit van de Vlamingen kenmerkt, dan is het wel het woord goesting. Goesting betekent zoveel als ‘zin hebben, trek hebben’. Het kan honger aanduiden, maar ook levenszin, erotische begeerte of enthousiasme. Het woord goesting is geen officieel Nederlands, het is uitdrukkelijk Vlaams. Alle zes miljoen Vlamingen gebruiken het dagelijks, maar in Nederland is het niet bekend en wordt het niet gebruikt; het staat zelfs te boek als gewestelijk, als dialect. Toch hebben alle Vlamingen het gevoel dat dit woord niet alleen hun steeds weer bourgondisch genoemde aard aanduidt, maar ook hun meest positieve eigenschap. Etymologisch is ‘goesting’ een verbastering van het Franse ‘goût’ of het Italiaanse ‘gusto’. Een woord van Latijnse oorsprong dat diep geworteld is in een Germaanse taal: dat kenmerkt volledig de Vlamingen. Hun taal, het Nederlands, behoort tot de Germaanse talengroep, maar hun volksaard, hun ‘goesting’ is Latijns van oorsprong. Vlamingen zijn noorderlingen met een Latijnse ziel. Dat komt omdat ze ‘goesting’ hebben.

Se c'è una parola che descrive l'identità culturale dei fiamminghi, è proprio questa. Goesting significa “voglia, desiderio”. Può indicare fame, ma anche voglia di vivere, desiderio erotico o entusiasmo. La parola goesting non è considerata nederlandese ufficiale, ma specificamente fiamminga. Tutti i sei milioni di fiamminghi la usano quotidianamente, mentre nei Paesi Bassi non è nota e non viene usata, ed è perfino indicata come regionale o dialettale. Tuttavia i fiamminghi hanno la sensazione che questa parola descriva non soltanto il loro carattere spesso definito borgognone, ma anche quella che è la loro caratteristica più positiva. Etimologicamente goesting [leggi: husting] deriva dal francese goût o dall'italiano gusto: un termine di origine latina profondamente radicato in una lingua germanica che caratterizza tipicamente i fiamminghi. La loro lingua, il nederlandese, appartiene al ceppo linguistico germanico, mentre il loro carattere, il loro goesting, è di origine latina. I fiamminghi sono dunque nordici con un'anima latina proprio perché hanno goesting.



Festivaletteratura

con il sostegno di

Festivaletteratura